Persbericht van de Raad Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen
Bijlage advies 173
Arizona: tussen sociale achteruitgang en rechtsonzekerheid zal de kloof tussen mannen en vrouwen alleen maar groter worden
Het regeerakkoord en de beleidsdocumenten van de Arizona-regering geven weinig reden tot optimisme over de toekomst van werkende vrouwen en stemmen niet overeen met de verschillende aanbevelingen van het gezamenlijk memorandum van de drie raden voor gendergelijkheid (download) dat opgesteld werd naar aanleiding van de verkiezingen van juni 2014.
In zijn advies 173 van 13 juni 2025 wijst de Raad van de gelijke kansen voor vrouwen en mannen op een aantal punten die hem het meest zorgen baren, maar ook op andere die vragen oproepen over de werkelijke intenties en de praktische uitvoering. Het credo “iedereen aan het werk” van 18 tot 67 jaar gaat niet op wanneer de regering zelf toegeeft dat er geen voldoende banen zijn of zullen zijn voor alle uitgeslotenen uit de werkloosheid (een derde zal werk vinden). Ze zullen ook niet allen terecht kunnen in de knelpuntenberoepen.
De ontmanteling (bij wet!) van een tak van de sociale zekerheid – van sociale verzekeringsmechanismen die hun waarde hebben bewezen sinds de oprichting van de sociale zekerheid en bedoeld zijn om werknemers die hun baan verliezen te vergoeden – maakt plaats voor een veralgemeend bijstandssysteem dat werklozen nog onzekerder zal maken en dat een groot aantal vrouwen van elke bescherming dreigt te beroven.
De memorie van toelichting van de programmawet (56K0909001.pdf ) verontrust: het beroep op het algemeen belang (in het kader van de begrotingsinspanning) om maatregelen die sociale achteruitgang veroorzaken - vooral op het gebied van werkloosheid, ziekte en pensioenen – te rechtvaardigen, en die bovendien in tegenspraak zijn met het standstill-beginsel, doet het sprankje hoop op verbeteringen via het sociaal overleg teniet.
De verregaande flexibilisering van de arbeidsvoorwaarden, soms contraproductief voor de terugkeer naar de arbeidsmarkt, is volgens de Raad het gevoeligste punt. De toekomst van deeltijdwerk ziet er bijzonder slecht uit. Het afschaffen van de tijdslimiet van een derde, het afschaffen van de verplichting om werktijden te vermelden in het arbeidsreglement, het afschaffen van de inkomensgarantie uitkering (IGU) voor werknemers die minder dan halftijds werken,… Heeft deeltijdwerk dan geen ander doel dan werkgevers in staat te stellen om hun personeelsbestand in door vrouwen gedomineerde sectoren naar eigen goeddunken en met een grotere flexibiliteit in te zetten? Naast de onvermijdelijke verarming van deze werknemers op korte termijn, hun nadelige pensioenberekening en de beperkte toegang tot vervroegd pensioen, brengen deze maatregelen ook elke poging om werk en gezinsleven te combineren in gevaar.
De Raad wijst erop dat het aantal deeltijdwerkers sinds de jaren zeventig is toegenomen, waarbij 80% van hen vrouwen uit niet-EU-landen zijn. Hij begrijpt niet waarom de categorie van onvrijwillige deeltijdwerkers zo geviseerd wordt en dringt erop aan dat deze maatregelen worden afgeschaft.
Wat de pensioenaanpassingen betreft, betreurt de Raad de invoering van de malus, de verminderingen en de lineaire plafonds van de gelijkstellingen voor de berekening van het pensioen, evenals het stopzetten van het onderzoek naar de zwaarte van sommige beroepen en taken voor de toegang tot het vervroegd pensioen. Daarnaast vraagt de Raad naar een serieuze studie over de splitting van de pensioenen, dit om de doelstelling van een evenwichtig inkomen tussen de partners van koppels te bereiken.
Wat betreft het voornemen om bepaalde afgeleide rechten af te schaffen (gezinstarief en overlevingspensioen voor jong overleden echtgenoten), waarschuwt de Raad voor de gevolgen voor de armste gezinnen en de noodzaak om stapsgewijs te werk te gaan.
Tot slot roept de Raad de ministers op om te voldoen aan de wettelijke verplichting om voor alle ontwerpen van wettelijke voorstellen die door de Raad van Ministers worden aangenomen, effectbeoordelingen van hoge kwaliteit op te stellen en aan het Parlement toe te zenden. Deze aan de besluitvorming voorafgaande analyses maken het mogelijk de neveneffecten op de parameters van de internationale visie op duurzame ontwikkeling (Duurzame Ontwikkelingsdoelen), waaronder gendergelijkheid, armoede, gezondheid, werkgelegenheid, kleine ondernemingen, ..... in kaart te brengen en bekend te maken.
De Raad is bereid bij te dragen tot het federale gendermainstreamingsplan, dat door de Minister voor Gelijke Kansen wordt geleid, en zal toezien op de uitvoering ervan.
Contact : Domie.devos@outlook.com
Advies 173 van 13 juni 2025 : https://raadvandegelijkekansen.be/media/492/download?inline